Heidekruisje

Genk - Boxbergheide

 09vlagClick on the flag for English translation

 
Artikel gepubliceerd in het tijdschrift "Heidebloemke" (jg 48 - Nr. 5 - Oktober 1989)

INLEIDING

Iedereen kent het Heidekruisje, net nu in 2010 reeds 40 jaar het monument aan de Boxbergstraat, vlakbij de school. Wat eerst een eenvoudig houten kruisje en reeds in 1943 een betonnen kruisje was bij de drie oorlogsgraven, is uitgegroeid tot het eerste R.A.F.-monument van Limburg.

In Limburg alleen lieten 193 R.A.F.-airmen (vliegend personeel) hun leven, waarvan 127 Britten, 45 Canadezen, 14 Australiers, 3 Nieuwzeelanders, 3 Zuidafrikanen en 1 Belg. Dit aantal ligt waarschijnlijk nog hoger, want tijdens de bezetting, over een lange, periode haalde de Duitse Luftwaffe de gevallenen op om te onderzoeken en te begraven op het vliegveld St.-Trond (Brustem). Nadien werden deze door de Britse Herkenningsdienst opgegraven en overgebracht naar diverse begraafplaatsen, zodat alle crashen in Limburg druppelsgewijs zijn terug te vinden. Door een klein groepje vrienden en door een zeer nauwe samenwerking met de scholen van Boxbergheide is een jaarlijkse huldeherdenking aan het betonnen kruisje en nadien aan het monument een traditie en een levendig houden van het feit geworden.

HOOFDSTUK I - 31 augustus 1941 - DE WELLINGTON

Het historisch relaas van dit vliegtuig en zijn bemanning is na veel zoeken ook een stukje Genker geschiedenis geworden. Ook moeten we even terugdenken dat gedurende de oorlog Boxbergheide een kale vlakte met slechts enkele woningen was.

Laten we nu dit toestel volgen vanaf de start ...

Na de slag om het zelfbehoud van Engeland werd de R.A.F. (Royal Air Force) vanaf midden 1941 meer en meer ingezet voor de bevrijding van alle bezette gebieden en om; de eventuele druk om de invasie in Engeland te verminderen.

Het doel was Keulen met een nachtvlucht op 31 augustus - 1 september 1941; 108 toestellen zouden eraan deelnemen. Zoals gebruikelijk leverden de verschillende squadrons (smaldelen) voor een zo grote raid de toestellen.

The 3rd Bomber Group leverde: 45 Wellingtons, 39 Hampdens, 7 Halifaxes, 6 Manchesters en 6 Sterlings en hun hoofddoel was spoorwegknooppunten. Vijf andere Manchesters vlogen ook nog mee als steun om storende zoeklichten op te ruimen. Deze vlucht verloor die nacht 3 Harapdens, 1 Manchester en 1 Wellington te Boxbergheide (Genk). Boven Engeland schoot een Duitse verstoorder nog een Wellington af.

Zoals gebruikelijk bij elke vlucht had men drie opgegeven taken: het doel, als tweede een uitwijkdoel en als derde, indien gestoord of gehinderd door andere oorzaken toch nog bombarderen.

Het weer boven Keulen was slecht zodat slechts 68 vliegtuigen hun hoofddoel konden bombarderen.
De Duitse legerleiding meldde hierover: "Enkele bommen en één dode". (1)

Voor het 101st Squadron had om 17 u 30 P.M. (Engelse tijd) op de basis van OAKINGTON (Cambridgeshire) de briefing plaats onder bevel van de Wing Commander D.R. BIGGS.
De bemanning van negen Wellingtons kregen alle informatie door aangaande doel, het weer, de taken, de hindernissen en het "good luck".
Zeven toestellen moesten opstijgen, twee dienden als reserve om hun aantal in alle geval te handhaven en allen werden met een bomlading voorzien.

Onze Vickers-Wellington, type Mk 1c, had als nummer "R. 1703 - J". Het vliegtuig kreeg een lading brandbommen: drie zware bommen van 500 Ibs en één van 250 Ibs. Tot oktober 1945 bouwden de Britten 11 461 stuks van het model Wellington.
De crew (bemanning) bestond uit zes man, onder bevel van de 1ste piloot P/O Ashton, de 2de piloot was Sgt Wood en verder de Sgts Hutton, Lane, Redden en Walburton (Redden en Wood waren Canadezen).
Vier van de zeven toestellen hadden camera's aan boord, maar de R. 1703 niet.

VickersWellingtonMK1

Op de terugweg naar Engeland kregen ze allen erg af te rekenen met Duitse nachtjagers. Ook de flakgordel rond Maastricht en Genk liet zich niet onbetuigd.
Een brandend punt naderde Genk vanuit Langerlo; het was een brandend vliegtuig boven de Maeten en het trachtte nóg steeds een Westkoers te houden. Door het vlechtwerk van het karkas kon zo'n model veel verdragen en lang gehavend in de lucht blijven. Maar toen stortte het als een fakkel neer, ontplofte bij het raken van de grond en was één en al vuurpoel. Uren bleef het wrak nog nabranden. Er moet in de lucht reeds een breuk door brand of een ontploffing geweest zijn, want een groot stuk vleugel viel neer bij Roger Thijs in de Congostraat en één motor viel naast de varkensstal voor de voeten van Jan Bollen. Deze woonde toen aan de spooroverweg, nu Landwaartslaan.

Twee uren na de start kwamen drie bemanningsleden met hun toestel R. 1703 om op Genker bodem, ver van hun familie (zondagavond 31 augustus om 22u15 Duitse tijd en 1 september om 00p15 Engelse tijd). Zij werden afgeschoten door een Duitse jager en niet zoals men denkt door het flak. (2)
Waren ze alle drie gekwetst en/of reeds door kogels overleden, dit zal steeds een open vraag blijven! Het is zeker een feit dat door de kunde van de 1ste piloot Ashton er drie van de crew konden uitspringen met de parachute.

De Duitse Wehrmacht was snel ter plaatse en hield de wacht. Reeds 's morgens bracht men drie lijkkisten om hen naast het wrak in de heidevlakte te begraven. Van het toestel bleef er na de brand en de ontploffing maar weinig meer over dan verspreide wrakstukken.

Eerst werden de graven met keien omzoomd en witte keien vormden een kruis. Geregeld werden de graven moedwillig vernield, vooral door de leden van de Hitlerjugend van Winterslag Cité. Maar telkens werden door andersdenkenden, vooral ook jeugd, de graven weer hersteld. En opeens stond er een houten kruisje... Wie de moed heeft gehad om dit te doen, is met zekerheid nog niet achterhaald. De toenmalige bewoners rond de kale heivlakte zijn bijna allen bevraagd, maar alles wijst naar twee Polen van Winterslag. Met waarschijnlijke zekerheid waren het twee oudgedienden van het Poolse leger nl. Glowachi Jozef en zijn schoonbroer Plocinnik Antoine. Volgens getuigenissen was de dwarsbalk in de vorm van een vliegtuigschroef en het hout was gevlamd door brandende petroleum. Geregeld lagen er verse bloemen op de graven. De "daderes" vonden we. Juffrouw Jeanne Dries plunderde thuis de hof en ook de bloementuin van mevrouw Léonie Decosemaecker-Thoelen, winkelierster in de Winterslagstraat.
Het houten kruisje lag geregeld in de hei en opeens stond er een betonnen kruis met "1943" in de plaats van het weer eens verdwenen houten kruisje. Waarom nu met "1943"?
Dit kruis werd stiekem gegoten door drie werkmannen van de Regiewerken van Winterslagmijn. Het is hetzelfde model als de kruisen op de graven van de Russische krijgsgevangenen.
Men mag niet vergeten dat het bezettingstijd was en dat men zo'n betonnen kruis niet onder een jas kon wegsteken. En toch, op een donkere herfstavond in 1943, tussen 22u00 en 23u00, werd het stevig geplaatst als een blijvende herinnering. De heer en mevrouw François Beelen, hij was toen chef van de Regie Winterslag, en de heer Pierre Reis, toen bediende tekenbureel Winterslag, en zijn vrouw waren de personen die de moed opbrachten voor dit feit.
Reeds tijdens de oorlog schreef juffrouw Daisy Gielen (Drukkerij te Winterslag) naar het Rode Kruis om dit gebeuren door te geven en om de namen van de gesneuvelden te kennen. Wat haar ook lukte! Na de bevrijding zette ze haar contacten verder en ontving de familieleden aan de graven.

Een moeder van één van de gevallenen nam heidetakjes mee naar Engeland met de opmerking: "HEIDETAKJES GEVOED MET HET BLOED VAN MIJN JONGEN".

01Hkruisje

DE DRIE GESNEUVELDEN

ASHTON John Frederick, , Pilot Offr. (Pilot), 67051. R.A.F. (V.R.) 101 Sqdn. 1st September, 1941. Age 22. Son of Edgar Arthur and Frances Mary Ashton; husband of Dora Ashton (geboren als Weiss), of Tunstall, Kent. Coll. grave 11.
ASHTON was gehuwd met Dora Weiss en woonde te Turnstall, Kent (G.B.)

LANE Ernest Raymond Verdun, , Sgt. (ObS.)1152881, R.A.F. (V.R.). 101 Sqdn. 1st September, 1941. Age 25. Son of Erncst Harry and Frances Clara Lane, of Slough, Buckinghamshirc. Coll. grave 11.
LANE was ongehuwd en woonde bij zijn ouders in Slough, Buckinghamshire (G.B.).

REDDEN John Bernard, , Sgt. (W. Op./Air Gnr.), R/65221. R.C.A.F. 101 (R.A.F.) Sqdn. 1st September, 1941. Age 20. Son of Bernard Morton Redden and Ellen Beatrice Redden. Coll. grave 11. REDDEN was een Canadees die meevloog met een R.A.F. Sqdn. Zijn moeder woonde in 1970 in Canada te Middleton/Nova Scotia

02DiestNa de bevrijding werden zij door de Britse opgravingsdienst te Boxbergheide opgegraven en overgebracht naar het Britse Militaire Kerkhof te Schaffen bij Diest (gezamenlijk graf nr 11).

HOOFDSTUK II - DE DRIE ONTSNAPTEN.

Zij kwamen alledrie veilig aan de grond. Waar? Dit is bijna niet meer terug te vinden. Ondanks verschillende aanwijzingen is dit na 48 jaar bijna onbegonnen werk.

 03Wood Sgt WOOD Robert Thomas, de 2de piloot van de R.A.F., R. 67594, meevliegend in het aangehaalde R.A.F. sqd, was gewond en door de Duitsers gevangen gezet tot het einde van de oorlog. In 1970 woonde hij te Dallas (Texas). We schreven drie brieven maar er kwam geen antwoord. 
 04Hutton Sgt HUTTON John William, rear gunner/staartschutter, 1378696, kwam veilig terug via Hasselt, Brussel, Frankrijk en Spanje in Engeland. Maar, na terug in dienst te zijn, sneuvelde hij op 12 juni 1944, zes dagen na D-day, boven Calais.
 05Warburton Sgt WARBURTON Leonard Arthur, 2nd Wireless Operator Air Gunner, marconist boordschutter kwam ook veilig terug in Engeland. Hij schreef mij het hele verhaal.

 

Het verhaal van Sergeant Warburton Leonard

Hij landde veilig ergens in een beboste streek, begon dadelijk zijn parachute te begraven en opeens waren er enkele Vlaamse nieuwsgierigen met de fiets bij hem. Deze mensen wilden ook zijn parachute hebben en namen hem mee, iets verder waar Sgt Hutton geland was. Na de weg naar het Westen gevraagd te hebben, gingen ze beiden op stap. Ze staken een spoorweg over waarlangs een hut (een schuilabri?) was en waarin personen aan het praten waren. Zij kwamen door een kleine dorp of centrum waar enkele Duitse soldaten waren, passeerden hen zonder moeilijkheden en wisselden zelfs een "guten nacht" uit.
In een aardappelveld, achter een haag, hebben ze geslapen tot het daglicht werd. Ze zijn toen wakker geworden door de stemmen van twee Duitse soldaten aan de andere kant van de haag, zij droegen kruikjes en gingen naar een boerderij om melk te halen. Toen het veilig leek, kropen ze recht en keken rond, het verbazende voor hen was dat op het eind van het veld een boerderij stond met op de voorkant " Vive le R.A.F." (Dit verbaast mij erg voor onze streken hier in die periode; ik geloof dat hij zich vergist met een boerderij in Frankrijk.) Zij gingen beiden, Walburton en Hutton, dan toch maar aankloppen aan de achterdeur, maakten zich bekend en werden zeer warm onthaald. De boerin gaf hun melk te drinken, het dochtertje kwam hen bekijken. Het kleine meisje gaf Walburton een schapulier, een genaaid stukje met een relikwie van een heilige in. Hij draagt het nog steeds in zijn portefeuille als zijn geluksbrenger. "It is my lucky charm!"
De boer bracht hen naar de hooischuur waar ze beiden insliepen. Zij werden gewekt door twee jonge meisjes (koeriersters). Deze brachten burgerkleren en twee fietsen. Al fietsend, hij gist ongeveer 3 km, werden ze naar een huis in Hasselt gebracht, waar ze door een goed Engels sprekende heer werden ondervraagd. Walburton werd er opgehaald door Colaris, drogist in de Diesterstraat 11 en deze hield de Engelsman ongeveer 14 dagen in zijn huis verborgen. (Hij is nu nog steeds met de dochter van Colaris in contact.) Door Colaris werd hij met de trein naar Brussel overgebracht en verbleef er tot ongeveer december in verschillende huizen.
Hij haalt aan: "Het waren echten patriotten van de Belgische Weerstand, en in Brussel of omgeving verbleef ik één of twee dagen, één of tweemaal voor veertien dagen. De Belgische Weerstand was verbazingwekkend en ik zal hen voor altijd erkentelijk blijven. Het is wel triestig hoevelen ervoor moesten sterven, maar ze zullen nooit vergeten worden."
Pas na enkele dagen zag hij Jack Hutton terug. De Comeetlijn zorgde voor een veilig onderkomen te Brussel, alsook voor hun doortocht door Frankrijk en Spanje.
Walburton is in 1946 nog terug geweest te Hasselt bij de familie Colaris en heeft toen ook de crashplaats bezocht in Genk.

HOOFDSTUK III - DE HULDIGINGEN EN MONUMENTEN.

Reeds op 11 november 1948 is de wijk Boxbergheide samen met de schoolkinderen begonnen met de jaarlijkse huldiging aan het betonnen kruisje.
In 1968 begon de E.H. Pastoor Boonen, de eerste pastoor van de wijk, met een rondvraag om de plaatselijke verenigingen erbij te betrekken om een eenvoudig, doch waardig monument op te richten.
06Monument
Op 25 oktober 1969 heeft er een eerste grote huldiging plaats, dit in het kader van de Britse Week te Genk. Talrijke Engelse vertegenwoordigers, de luchtmacht van Kleine Brogel, vele verenigingen en de plaatselijke bevolking namen er aan deel.
Nadien, aan een cafétafel, tussen pot en pint, kwam de wagen definitief aan het rollen. De slager Jean Loix (┼) , François Beelen en de Engelsman Albert Taylor kapten de knoop door. Taylor was oudstrijder W.O.II van het Achtste Britse leger in Noord-Afrika onder veldmaarschalk Montgomery, alsook door de invasie in 1944 zeilde hij door onze gewesten. Door zijn inkwartiering te Winterslag huwde hij er de Genkse Marie-José Meermans.
Intussen en dit wil ik extra aanhalen, is Albert Taylor persoonlijk door de Engelse koningin onderscheiden met de "M.B.E." (Member of the British Empire) voor zijn geweldige inzet voor gevallen Britse onderdanen.
Natuurlijk kon men reeds iets terugvallen op de voorbereiding en de contacten van juffrouw Daisy Gielen (┼1969) en de E.H. Pastoor Boonen. De werkers van het eerste uur mogen we ook wel eens vermelden: Louis Beerden, Louis Beeken, Florent Iven en Cheslaw Machofka en misschien nog enkelen die we onvrijwillig vergeten zijn.
Januari 1970 was de definitieve geboorte van O.C.H.B. (Oprichtend Comité Heidekruisje Boxbergheide) met als eerste voorzitter Jean Loix; als eerste secretaris E. Broeder Directeur Lucie Bos en onder de bescherming van onze gouverneur Louis Roppe en met als erevoorzitter burgemeester Gerard Bijnens.
Op de eerste grote vergadering van het O.C.H.B. waren alle mogelijke betrokken personen en instanties uitgenodigd. Deze had plaats in de zaak "De Schalm" op 8 mei 1970. Door de inzet van Pastoor Boonen en door de goodwill van het bisdom Luik verkreeg met een kosteloze grondafstand aan de Boxbergstraat om het monument op te richten, dit op enkele meters van de crashplaats.
De Genker beeldhouwer R. Mailleux verd verzocht een ontwerp te maken. Het werd een sober monument, maar 9 toch met veel uitstraling, in 42m breuksteen (l. 6,80 m x h. 2,20 m)
Voor de fundering en muur had men 12,80 m³ beton nodig. Daar alles in een ijltempo liep stond de gemeente bij met materialen, aanleg en aanplanting.
Vele vrijwilligers van de wijk staken een handje toe. De plechtige inhuldiging had plaats op 27 september 1970 met vele Britse en Belgische personaliteiten. Ook nam het 1ste Regiment Karibiniers Cyclisten en Spich deel, de dag voordien hadden zij het peterschap van de gemeente Genk aanvaard. In deze eenvoudige, maar toch indrukmakende muur staan voor eeuwig de namen van de drie gevallen vliegeniers.

Tevens heeft men de volgende tekst aangebracht:
"LAAT DIT MEMORIAAL EEN BLIJVEND AANDENKEN ZIJN VOOR HEN BEHORENDE TOT DE R.A.F. DIE HUN LEVEN LIETEN OP LIMBURGSE BODEM"
Gelukkig heeft men het betonnen kruisje bewaard en ervoor geplaatst. De achterzijde draagt nog steeds "1943", maar op de voorzijde staat nu de datum van "31.08.1941".
Sinds 1969 komen er nu elk jaar in september wapenbroeders van het 101st Sqdn (101 SQUADRON ASSOCIATION in de schoot van BOMBER COMAND ASS.), diverse militaire en burgerlijke instanties samen met de wijk deelnemen aan de herdenking.

Niet alleen Genk eerde deze vliegeniers. Ook te Diest werd op 1 november 1987 een monument, nabij het monument van de Weerstand op het Weerstandsplein, ingehuldigd. Dit voor en met de namen van 39 vliegeniers die in Groot-Diest begraven zijn. Op het Militaire Kerkhof te Schaffen rusten 20 Britse vliegeniers, waarvan 15 Engelsen, 4 Canadezen en 1 Australiër. Te London staat een gedenkplaat voor de 2383 militairen die via de ontsnappingslijnen behouden zijn teruggekeerd. Het stelt een gekwetste vliegenier tussen vier lichtbundels van schijnwerpers voor, veilig op weg geholpen door een man en een vrouw.
Auteur: †Lucien BOGERS - Heemkring Heidebloemke Genk.
BRONNEN:
1. The Bomber Command War Diaries (M. Middlebrook & C. Everitt)
2. Sergeant L.A. Walburton
3. Richard Peeters, Schaffen.
4. Informatie van O.C.H.B. Genk; Ministry of Defense, London en APBB, Brussel.